René ten Bos: “Waarom ik me verheug op het weerzien met Henry Mintzberg”

Het zal eind jaren zeventig zijn geweest dat ik voor het eerst in aanraking kwam met het werk van de Canadese auteur Henry Mintzberg. Het viel meteen op dat Mintzberg over management en over de structuur van organisaties schreef met een zeldzaam soort helderheid, die mij zeer aangenaam was. Tegelijkertijd ging hij in zijn denken veel verder dan de meeste managementliteratuur, en dat sprak me als student filosofie natuurlijk ook aan.

In Mintzbergs boeken voel je de spanning tussen een ‘ideale’ organisatiestructuur en de messy practice, de weerbarstige werkelijkheid. Hij laat zien dat organisaties in werkelijkheid nauwelijks gestructureerd zijn, en dat veel besluiten eerder een politiek dan een rationeel karakter hebben. Management, leert Mintzberg ons, is geen koel proces van taakverdeling binnen een organisatie. Het idee dat je het kunt leren door bijvoorbeeld een dure MBA te volgen, is een illusie.

Management is geen rationele activiteit. Het is life, leven, en het leven is aanmodderen, en leren van de alledaagse praktijk.

Wat Henry Mintzberg tamelijk uniek maakt als je hem afzet tegen andere zogenaamde managementgoeroes, is dat hij geen hapsnap aanbevelingen geeft.

De meeste auteurs en sprekers hebben een bepaald concept, een stokpaardje waaraan ze hun goeroestatus ontlenen, en waarmee ze inspelen op de wens van het publiek, dat natuurlijk het liefst een magische formule hoort.

Maar Mintzberg blijft trouw aan zichzelf, en aan de geest van zijn werk. Hij zegt in feite: er zijn geen magische formules. Er is geen panklaar ontwerp voor een organisatie. Die nuchtere benadering verklaart denk ik voor een groot deel zijn populariteit.

Zelf vind ik zijn beste boek Rise and fall of strategic planning. Mintzberg verwerpt strategisch plannen niet volledig, maar tegelijkertijd toont hij wel aan dat het een proces is dat lang niet zo netjes lineair en rationeel verloopt als de planners zelf misschien wel denken. Hij haalt daarbij onder andere inspiratie uit het verloop van de Vietnamoorlog. Die oorlog werd van Amerikaanse zijde geleid door de allerslimste strategen, the best and the brightest, en toch werd het een fiasco. Een beter voorbeeld van het falen van strategische planning is bijna niet te vinden.

Mintzbergs werk heeft, als het gaat over de bureaucratie van organisaties, veel raakvlakken met wat ik zelf heb geschreven over dat onderwerp. Je merkt wel dat hij niet zoveel affiniteit heeft met de Europese traditie van het begrip bureaucratie. Bureaucratie als concept heeft zijn wortels in het werk van de grote Europese filosofen van de zeventiende en achttiende eeuw, van Montesquieu tot Hegel. Maar Mintzberg is een Canadees, die in de eerste plaats schrijft voor een Noord-Amerikaans publiek. Daar hebben ze wellicht niet zo’n boodschap aan Hegel.

Persoonlijk vind ik dat Mintzberg in zijn analyse van bureaucratie niet ver genoeg gaat. Hij schrijft over bureaucratie alsof het een verschijnsel is dat je als het ware van buitenaf kunt beschouwen en analyseren. Zelf denk ik dat het veel ingewikkelder is, zoals ik ook laat zien in mijn boek Bureaucratie is een inktvis. Bureaucratie is in mijn visie een zogenaamd hyperobject, een verschijnsel dat zich zo uitstrekt in ruimte en tijd dat het onmogelijk is om in zijn geheel te overzien. We maken allemaal deel uit van het bureaucratisch complex, en dat maakt het heel erg moeilijk om er objectief naar te kijken.

Daarom ben ik misschien ook wat sceptischer over het nieuwe organiseren dan bijvoorbeeld Mintzberg. Agile, zelfsturend…. noem het maar op, het zijn in wezen allemaal oude ideeën. Maar tegelijkertijd zie je in organisaties steeds minder vertrouwen, en zijn managers steeds meer checkers van resultaten geworden. Het is heel moeilijk om die ontwikkeling te doorbreken. Dat blijkt ook al uit de voorbeelden die Mintzberg zelf geeft. Hij heeft het in zijn werk vaak gehad over het pottenbakkersbedrijfje van zijn vrouw. Dat begon klein, maar het werd steeds groter, met alle bureaucratische problemen van dien. (Overigens kreeg hij indertijd behoorlijk wat kritiek uit feministische hoek op dat specifieke voorbeeld – ‘de professor die zijn pottenbakkende vrouw erbij haalt’.)

Ik verheug me in ieder geval op het weerzien met Mintzberg. Hij zal het misschien niet meer weten, maar twintig jaar geleden hebben we elkaar al eens ontmoet tijdens een bezoek van hem aan Nederland. Ik gold als kenner van zijn werk, en was samen met een handjevol anderen uitgenodigd voor een etentje in Schiedam. Als ik hem iets zou willen vragen, dan misschien of hij nog weet hoeveel jenevers we toen hebben gedronken samen.

René ten Bos is hoogleraar managementfilosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en Denker des Vaderlands. Maandag 26 november 2018 zal hij, evenals Henry Mintzberg zelf, spreken op het Netlive seminar ‘Het nieuwe organiseren volgens Mintzberg’.